STATUTEN:

    Artikel 1 Naam en zetel 1. De vereniging draagt de naam: Provinciale Zeeuwse Dambond. Zij heeft haar zetel te Middelburg. 2. De vereniging wordt in deze statuten, het huishoudelijk reglement en alle reglementen verder aangeduid als: de bond. Artikel 2 Datum oprichting De bond is opgericht op zeventien april negentienhonderd vijfentwintig en is voor onbepaalde tijd aangegaan. Artikel 3 Bondsjaar Het bondsjaar loopt van één juli tot en met dertig juni. Artikel 4 Doel De bond stelt zich ten doel de beoefening en verbreiding van de damsport in Zeeland. Zij tracht dit doel te bereiken door: a. het bevorderen van de oprichting van plaatselijke damverenigingen; b. het organiseren van team- en persoonlijke wedstrijden en het verbinden van titels aan die wedstrijden; c. het propageren van het dammen; d. het streven naar spelpeilverbetering door het organiseren van trainingen; e. het aanwenden van alle wettig geoorloofde overige middelen die ten dienste staan. Artikel 5 Leden 1. De bond bestaat uit plaatselijke damverenigingen en de leden van die verenigingen. 2. Het bestuur houdt een register waarin de namen, adressen en, voor zover van toepassing, geboortedata van alle leden zijn opgenomen en bij welke plaatselijke damvereniging de leden, natuurlijke personen, zijn aangesloten. Het register vermeldt voorts de datum van toelating. Artikel 6 Toelating Na aanmelding door een verenigingssecretaris bij het bestuur van de Koninklijke Nederlandse Dambond en toelating door dat bestuur wordt het lidmaatschap verkregen. Artikel 7 Einde van het lidmaatschap 1. Het lidmaatschap eindigt door: a. overlijden van het lid; b. schriftelijke opzegging door of namens het lid; c. schriftelijke opzegging door de bond; d. ontzetting; deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de bond handelt of de bond op onredelijke wijze benadeelt. 2. Opzegging door de bond geschiedt door het bestuur. Deze kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap bij de statuten of reglementen gesteld te voldoen, wanneer hij zijn verplichtingen jegens de bond niet nakomt, wanneer hij ophoudt lid te zijn van een bij de bond aangesloten damvereniging, wanneer de damvereniging, waarvan hij lid is, ophoudt bij de bond aangesloten te zijn of wanneer redelijkerwijs van de bond niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. 3. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de bond kan slechts geschieden tegen het einde van een kalenderhalfjaar en met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste twee weken. Echter kan het lidmaatschap onmiddellijk worden beëindigd indien van de bond of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. 4. Een lid is niet bevoegd door opzegging van zijn lidmaatschap een besluit, waarbij de verplichtingen van de leden van geldelijke aard zijn verzwaard, te zijnen opzichte uit te sluiten. 5. Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur. 6. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de bond op grond dat redelijkerwijs van de bond niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap, staat de betrokkene binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep open op de algemene vergadering. Hij wordt daartoe ten spoedigste schriftelijk van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst. 7. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een kalenderhalfjaar eindigt, blijft – desalniettemin - de bijdrage voor het gehele kalenderhalfjaar verschuldigd. Artikel 8 Contributie 1. Leden zijn gehouden tot het betalen van een contributie die jaarlijks door de algemene vergadering wordt vastgesteld. Zij worden daartoe bij huishoudelijk reglement in categorieën ingedeeld. 2. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een contributie te verlenen. Artikel 9 Bestuur 1. Het bestuur bestaat uit ten minste vijf leden en in ieder geval uit een oneven aantal personen die in de zin van de wet meerderjarig moeten zijn. 2. De benoeming geschiedt uit de leden. 3. De voorzitter wordt in functie gekozen door de algemene vergadering; de overige bestuursfuncties worden door de gekozenen in onderling overleg verdeeld. 4. Bij huishoudelijk reglement wordt de functie-aanduiding en de functie- omschrijving gegeven. Artikel 10 Einde bestuurslidmaatschap 1. Elk bestuurslid, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de algemene vergadering worden geschorst of ontslagen. Een schorsing, die niet binnen een maand gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn. 2. Elk bestuurslid treedt drie jaar na benoeming af volgens een bij huishoudelijk reglement te stellen rooster van aftreding. De aftredende kan zich herkiesbaar stellen. Degene, die in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster van aftreding de plaats van zijn voorganger in. 3. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts door: a. het eindigen van het lidmaatschap van de bond; b. bedanken. Artikel 11 Bestuurstaak 1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de bond. 2. Indien het aantal bestuursleden beneden vijf is gedaald blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt. 3. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies, die door het bestuur worden ingesteld. 4. De goedkeuring van de algemene vergadering is vereist voor besluiten van het bestuur tot: a. het verrichten van rechtshandelingen een belang of waarde van éénduizend euro (€ 1.000,00) te boven gaande; b. het huren en op andere wijze in gebruik of genot verkrijgen van onroerende goederen; c. het aangaan van dadingen. 5. De bond wordt vertegenwoordigd door: a. het bestuur; of b. de voorzitter afzonderlijk; of c. twee gezamenlijk handelende andere bestuursleden. Artikel 12 Jaarverslag, Rekening en Verantwoording 1. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de bond zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend. 2. Het bestuur brengt op de algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het bondsjaar, zijn jaarverslag uit en doet, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten, rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur. Na verloop van de termijn kan ieder lid deze rekening en verantwoording in rechte van het bestuur vorderen. 3. De algemene vergadering benoemt jaarlijks uit de leden een financiële controlecommissie van ten minste twee personen. De leden van deze commissie mogen geen zitting hebben in het bestuur. De commissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit. 4. Het bestuur is verplicht bescheiden zoals bedoeld in de leden 1, 2 en 3 ten minste tien jaar lang te bewaren. Artikel 13 Algemene Vergadering 1. Aan de algemene vergadering komen in de bond alle bevoegdheden toe die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen. 2. Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het bondsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, wordt een algemene vergadering – de jaarvergadering - gehouden. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde: a. het jaarverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in artikel 12 met het verslag van de aldaar bedoelde financiële controlecommissie; b. de instelling van permanente commissies; c. de benoeming als lid van permanente commissies waarvan de taakomschrijving in het huishoudelijk reglement is vastgelegd; d. voorziening in eventuele vacatures in het bestuur en/of in de commissies; e. voorstellen van het bestuur of de leden, aangekondigd bij de bijeenroeping van de vergadering. 3. Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk of nodig oordeelt. 4. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van ten minste een zodanig aantal stemgerechtigden, als bevoegd is tot het uitbrengen van ééntiende gedeelte der stemmen, verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan overeenkomstig artikel 14. Artikel 14 1. Voorzover in deze statuten niet anders bepaald, wordt een algemene vergadering bijeengeroepen door het bestuur. De bijeenroeping geschiedt per convocatie, ten minste veertien dagen voor de algemene vergadering te verzenden aan de adressen van de leden. 2. Bij de bijeenroeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld, onverminderd het bepaalde in artikel 18 lid 2. Artikel 15 1. Alle leden van de bond hebben toegang tot de algemene vergadering. Geschorste leden en geschorste bestuursleden hebben alleen op uitnodiging van het bestuur toegang. 2. Over de toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen besluit de algemene vergadering. 3. In de algemene vergadering hebben, als afgevaardigden, slechts stemrecht de plaatselijke damverenigingen die lid zijn van de bond. 4. Elke afgevaardigde is bevoegd in de algemene vergadering zoveel stemmen uit te brengen als overeenkomt met het aantal, per een juli voorafgaand aan de desbetreffende algemene vergadering, bij die afgevaardigde ingeschreven leden, te vermeerderen met één stem. Artikel 16 1. Een algemene vergadering wordt geleid door de voorzitter van de bond of zijn plaatsvervanger. Ontbreken de voorzitter en zijn plaatsvervanger dan treedt één der andere bestuursleden, door het bestuur aan te wijzen, als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de algemene vergadering daarin zelve. 2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon notulen opgemaakt, die ter goedkeuring aan de algemene vergadering worden voorgelegd en na verkregen goedkeuring door de voorzitter en de notulist worden vastgesteld en ondertekend. Artikel 17 1. Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter dat door de algemene vergadering het door hem te noemen besluit is genomen, is beslissend. Hetzelfde geldt voor de juiste inhoud van een genomen besluit voorzover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgesteld voorstel. 2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerst lid bedoelde oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid der vergadering, of indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming. 3. Voorzover de statuten of de wet niet anders bepalen worden alle besluiten van de algemene vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen 4. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. 5. Indien bij een verkiezing niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, vindt een tweede stemming, of in geval van een bindende voordracht, een tweede stemming tussen de voorgedragen kandidaten plaats. Heeft alsdan weer niemand de volstrekte meerderheid verkregen dan vinden herstemmingen plaats totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken. Bij gemelde herstemmingen (waaronder niet is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht. Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen. 6. Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende de verkiezing van personen, dan is het verworpen. 7. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden zulks vóór de stemming verlangt. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een aanwezig stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt. 8. Een éénstemmig besluit van alle stemgerechtigde leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering. Artikel 18 Statutenwijziging 1. In de statuten van de bond kan geen verandering worden gebracht anders dan door een besluit van de algemene vergadering. Deze vergadering dient bijeengeroepen te zijn met de mededeling dat wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. 2. Zij, die de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben bijeengeroepen, moeten ten minste veertien dagen vóór de vergadering een afschrift van het voorstel, waarin de voorgestelde wijziging(en) woordelijk is (zijn) opgenomen op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Bovendien wordt een afschrift als hiervoor bedoeld aan alle leden voorgelegd op de wijze als omschreven in lid 1 van artikel 14. 3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft ten minste twee/derden van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste een zodanig aantal stemgerechtigden vertegenwoordigd is, als bevoegd is tot het uitbrengen van ten minste twee/derden van het totaal aantal stemmen dat kan worden uitgebracht. Is het vereiste aantal stemgerechtigden niet vertegenwoordigd, dan wordt binnen vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel, zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal stemgerechtigden kan worden besloten, mits met een meerderheid van ten minste twee/derden van de uitgebrachte stemmen. 4. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd. Artikel 19 Ontbinding 1. De bond kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering. Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het voorgaande artikel is van overeenkomstige toepassing. 2. Het batig saldo na vereffening vervalt aan degenen die ten tijde van het besluit tot ontbinding lid waren. Ieder hunner ontvangt een gelijk deel. Bij het besluit tot ontbinding kan echter ook een andere bestemming aan het batig saldo worden gegeven. Artikel 20 Huishoudelijk Reglement 1. De algemene vergadering stelt een huishoudelijk reglement vast. 2. Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, of met deze statuten. Tenslotte verklaarde de comparant, handelend als gemeld, dat van het verhandelde in de in de aanhef van deze akte gemelde algemene vergadering blijkt uit de notulen, waarvan een uittreksel aan deze akte wordt gehecht. De comparant is mij, notaris, bekend. De inhoud van de akte is aan hem opgegeven en toegelicht. De comparant heeft verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen, van de inhoud van de akte te hebben kennis genomen en met de inhoud in te stemmen. Onmiddellijk daarna is de akte beperkt voorgelezen en door de comparant en mij, notaris, ondertekend. (volgen de handtekeningen ) --------------------------------------------------------------------------------- De statuten zijn getekend bij notaris Matthijssen te Middelburg op 22-11-2005